6 weken te vroeg geboren

Mijn man en ik konden ons geluk niet op toen ‘wij’ in april 2003 zwanger bleken te zijn van ons eerste kindje. Het was nog allemaal heel pril (5 weken zwanger) maar toch hebben we meteen de a.s. oma’s en opa’s en a.s. oom en tante ingelicht. Zo blij waren we met ons toekomstig kindje!

Voorbeeldige zwangerschap

Eind mei was het dan zover: onze eerste echo. Zo spannend en ontroerend, om daar op dat schermpje ons kindje te zien bewegen. Tranen van geluk stroomden over mijn wangen, ook mijn man vond het ontroerend en kneep even lief in mijn hand. Op dat moment was ik elf weken en twee dagen zwanger. Mijn man en ik lieten ook een NT-meting (nuchal translucency of nekplooimeting) uitvoeren. Door middel van een uitgebreide echo wordt dan de nekplooi van de foetus gemeten en er wordt ook bloed van de moeder afgenomen, waar men dan een kansberekening op los laat. De uitkomst is dus gewoon de kans dat je een kindje met het syndroom van Down verwacht. Bij ons was die kans 1 op 5400, dus erg positief. Om een nog beter resultaat te boeken, werd er ook nog een triple test uitgevoerd. Wederom wordt er bloed van de moeder genomen, dit wordt uitgebreid onderzocht en ook hier wordt weer een kansberekening op los gelaten. Ook dit was voor ons erg positief: 1 op 4917. Begin augustus kwam de tweede echo. Alles was in orde met onze baby en wij konden ons geluk niet op! Tot dan toe had ik een voorbeeldige zwangerschap. Ik was niet misselijk, wel erg moe en had overmatig trek in snoep en ijs. Die moeheid en die rare eetlust nam ik er graag bij, heel graag zelfs.

Een kleine groeiachterstand

Eind augustus was het tijd voor de derde controle bij mijn gynaecoloog. Mijn buik wordt gemeten en de omvang komt niet overeen met het aantal weken zwangerschap. Voor de zekerheid neemt de gynaecoloog ook een echo om het hoofdje etc op te meten. Uit deze metingen blijkt dat ons kindje een kleine groeiachterstand heeft. Niets om ons zorgen over te maken, zegt de gynaecoloog, maar hij houdt het in de gaten. Toch zijn wij er niet gerust op. Bij de vierde controle tijdens de echo zie ik het al bij de eerste meting van het hoofdje op het schermpje verschijnen. De groeiachterstand is niet ingehaald door ons kindje, maar alleen groter geworden. Ruim 4 weken is hij/zij nu achter op de groei. Ik raak een beetje in paniek! Is alles wel goed met ons kindje en wat gaat er nu gebeuren? Even gaat alles aan me voorbij en voordat ik het weet, is er al een tweede gynaecoloog opgepiept om een uitgebreide echo te maken. Ze willen kijken of ze de oorzaak kunnen vinden waarom ons kindje niet groeit. Het is erg spannend allemaal! De gynaecoloog denkt een vergroot hartje te zien wat mogelijk de oorzaak kan zijn. Hij weet dat niet zeker en stuurt ons voor de zekerheid door naar het Universitair Ziekenhuis Leuven voor een second opinion. Om te kijken of de hartslag van ons kindje regelmatig was en bleef, en of het voldoende bewoog werd ik aan de monitor gelegd. Gelukkig was dat wel in orde!

Nog meer testen

In het Universitair Ziekenhuis te Leuven werd er een uitgebreide echo gemaakt. Ook werden er metingen gedaan van het hoofdje, bovenbeentje en armpje. De doorbloeding van verschillende organen (inclusief de navelstreng) werd middels de doppler test bekeken. Mijn man en ik waren ontzettend opgelucht dat ze ook hier niets abnormaals ontdekten! Tezelfdertijd waren we ook een beetje teleurgesteld, want ze konden ons niet zeggen wat dan wel de oorzaak was. Omdat ons kindje in zijn/haar geheel achterbleef in de groei, zou dit kunnen wijzen op mongolisme. De enige manier om dit voor 100% uit te sluiten, betekende dat we een vruchtwaterpunctie moesten laten uitvoeren. Mijn man en ik besloten meteen dat wij dit zouden doen, om in ieder geval wat duidelijkheid te krijgen. Want deze onzekerheid was haast ondragelijk! De volgende dag kreeg ik in het ziekenhuis de vruchtwaterpunctie. Het was ’s morgens om half tien en ik was op van de zenuwen! Ik ben als de dood voor naalden en zag dan ook ontzettend op tegen de vruchtwaterpunctie. Gelukkig was mijn man bij me om me te steunen. Dan is het zover... De gynaecoloog kwam binnen en ging meteen aan de slag. Hij maakte mijn buik vrij, ontsmette deze en plaatste een operatiedoek met een gat erin over mijn buik heen. De verpleegster nam ondertussen de door mij zo gevreesde naald uit de verpakking en overhandigde deze aan de dokter. Die zei dat ik twee prikken zou gaan voelen: 1x wanneer hij door mijn buikwand gaat en 1x wanneer hij door de baarmoederwand heen prikt. Al met al viel dit reuze mee! Ik had het me veel erger voorgesteld. Toen zei de dokter dat ik in ieder geval voor 24 uur zou worden opgenomen. Omdat ik 29 weken zwanger ben en de kans op weeën erg groot is.

Opgenomen in het Universitair Ziekenhuis Leuven

Ook in het Universitair Ziekenhuis Leuven hadden ze niet gevonden wat de oorzaak zou kunnen zijn van de groeiachterstand van ons kindje. Derhalve wilden ze ook nog bloed bij mijn man en mij afnemen voor een erfelijkheidsonderzoek. Toen de dokter terug was, zei hij tegen ons dat hij het toch verstandig vond om mij zo lang als dat nodig is op te nemen. Ik had dit wel verwacht, mijn man niet en door de spanning kreeg hij ook niet alles mee. Toen we op de kamer waren waar ik ‘te rusten’ werd gelegd, hadden mijn man en ik even de tijd om op adem te komen. Wat was het ook spannend geweest allemaal! We waren erg benieuwd hoe het nu verder zou verlopen. Tussen neus en lippen door had de gynaecoloog laten vallen dat ons kindje in stuit lag. Doordat ik (te) weinig vruchtwater had, kreeg het de kans niet meer om te draaien. De 40 weken zou ik zeker niet halen! De dag erna kreeg ik al meteen de eerste van de twee longrijping injecties om de rijping van de longetjes te bevorderen. Na een week thuis volgde een nieuwe echo om te kijken of ons kindje, door de verplichte rust, de kans had gezien om flink te groeien… Meteen bij de metingen (ik durfde niet naar het scherm te kijken) zag ik aan het gezicht van mijn gynaecoloog dat het niet goed was. Ik hoorde hem iets mompelen van “Leuven” en hij ging even naar zijn kantoor om te bellen. Samen met mijn moeder (gelukkig was ik niet alleen) bleef ik beduusd achter. Wat nu? De schrik sloeg weer toe en tranen rolden over mijn wangen. Daar was de dokter weer: hij vertrouwde het niet en was bang dat ons kindje veel te vroeg zou komen. Omdat ze hier de nodige apparatuur niet hebben voor de zorg die ons kindje dan nodig zou hebben, moest ik (uit voorzorg) naar het Universitair Ziekenhuis Leuven. Weer een domper… Toch kregen we ook goed nieuws: ons kindje had niet het syndroom van Down of een ander chromosomale afwijking. Godzijdank!

De laatste loodjes

In het Universitair Ziekenhuis Leuven was het de volgende paar weken vaste prik. Dagelijks bloeddruk meten, wegen, temperaturen en tweemaal daags aan de monitor om te kijken hoe ons kindje het stelde. Op maandag 27 oktober 2003 kwam er een eind aan een lange tijd van onzekerheid. Morgen zou ons kindje gehaald worden met de keizersnede, want de groei is gestagneerd. De dokters hadden er al op gezinspeeld dat de keizersnede rond de 35 weken uitgevoerd zou gaan worden. Hoe langer ze mijn zwangerschap konden rekken, hoe beter het was voor ons kindje, natuurlijk. Toch waren we ook wel geschrokken: het is niet leuk om te horen dat de baby in jouw buik niet meer groeit. We waren totaal overrompeld, maar vooral ook opgelucht. Morgen worden we papa en mama en weten we ook meteen waar we aan toe zijn. 28 Oktober 2003: de bevalling! Een erg spannende dag want vandaag zal ons kindje gehaald worden met een keizersnede na een zwangerschap van 33 weken en 6 dagen: 6 weken en 1 dag te vroeg… Ons kindje heeft een groeiachterstand van ruim vijf weken en zal dus erg klein zijn. We wisten zelfs niet of de orgaantjes allemaal goed ontwikkeld zouden zijn en goed zullen functioneren. Zou ons kindje zelf kunnen ademhalen? We wisten het gewoonweg niet. Heel erg spannend allemaal, dus. Ik had niet (of nauwelijks) geslapen die nacht, maar Erik wel. Toen ik hem zag kreeg ik een knuffel en een dikke kus, woorden waren overbodig… We beseften het allebei maar al te goed, vandaag worden we papa en mama!

Daar is de ooievaar

Om 7.30 uur moesten we nog een half uur wachten… Zo erg! Ik was op en top nerveus en moest huilen van de spanning… Bang voor het onbekende… Bang voor wat er komen ging… Hoe zou ons kindje het maken? Zou het mee of juist tegenvallen? Zou het gezond zijn? Een jongen of een meisje? Dat laatste was natuurlijk het minst belangrijke, maar toch waren wij er wel benieuwd naar. Dat is toch normaal… Toen was het eindelijk zover! We mochten naar beneden! Onderweg kwamen we de verpleegster tegen met een lege couveuse, die was voor ons kindje bestemd… Weer vloeiden er tranen bij mij… Als alles maar goed is! Erik kneep in mijn hand en zei: “Kop op, meid!”. En daar lagen we dan… Nóg even geduld…, alweer! Er was namelijk een spoedoperatie tussengekomen… Meteen daarna waren wij aan de beurt. Moesten we weer wachten en wat duurt wachten soms lang! Al helemaal als je op bent van de zenuwen. Was het maar achter de rug! Het was 09.10 uur en we mochten meelopen naar de operatiekamer. Het was eindelijk zover… Ik mocht op de rand van de operatietafel gaan zitten en mijn rug werd vast vrijgemaakt voor de ruggenprik. Op de operatietafel werd het ‘doek’ gespannen op ongeveer tien centimeter boven mijn hoofd, zodat ik niets van de ingreep kon zien. Mijn armen werden vastgemaakt met klittenband aan uitsteeksels van de operatietafel. Dit was om te voorkomen dat ik tijden de keizersnede aan mijn buik kon gaan voelen! Ook kreeg ik een zuurstofmasker op, maar dat weet ik zelf niets meer van. Erik vertelde mij dit achteraf. Hij werd op een kruk naast mijn hoofd geplaatst en ik pakte zijn hand vast: Het was bijna zover! De (vrouwelijke) dokter stelde zich voor en daarna konden ze beginnen met de keizersnede. Het was een heel team vrouwen. De enige man was Erik! Ik voelde dat er een snee gezet werd dwars op mijn buik en niet veel later zei de dokter dat ze ging trekken. Het was maar goed dat ik verdoofd was, want het ging er best hardhandig aan toe! Na even trekken en duwen voelde ik “floep” en ons kindje was geboren, dat wist ik. En toen hoorden wij voor het eerst ons kindje huilen en behoorlijk krachtig ook! We knepen in elkaars hand, keken elkaar aan en moesten allebei huilen! Tranen van opluchting en geluk dat ons kindje er was en huilde, want dat betekende dat de longetjes goed ontwikkeld waren!

We zijn papa en mama geworden

Omdat ons kindje meteen door de kinderartsen meegenomen werd, wisten wij niet of het nu een jongetje of een meisje was. Dus vroeg ik aan de anesthesist of we nu een zoon of een dochter hadden. Zij wist het ook niet, maar ze ging meteen voor ons kijken. Toen ze terug was, kneep ze even in mijn schouder: “Proficiat! U hebt een dochter!”. Weer vloeiden er tranen. Een meid, een dochter. We konden ons geluk niet op! We hoopten dat alles goed was met ons meisje, dat we Lynn noemden! En daar was ze dan. Ze werd in de couveuse tot aan mijn hoofd gereden, zodat ik ook een glimp van onze dochter kon opvangen. Wat was ze klein, maar prachtig! En zo mooi roze. En wat lag ze lekker rustig te slapen. Onze kleine meid! En dan wordt ze weer weggereden. Erik, de kersverse papa, ging met Lynn mee (op aandringen van mij, want hij wilde bij mij blijven), zodat we straks precies weten op welke afdeling ze ligt! En dus blijf ik alleen achter op de O.K., want mijn wond moest nog verzorgd worden en gehecht. Wel raar hoor, wanneer je zo alleen achterblijft, terwijl je zojuist mama bent geworden. Moeder van een dochter, een dochter die ik nog niet eens heb mogen aanraken, laat staan vasthouden, ruiken en knuffelen. Dat was hard en heel erg moeilijk. Maar ja, het was het beste voor Lynn, hoe moeilijk het ook voor mij was op dat moment. Ik lag op de operatietafel ontzettend te trillen en ik kon er maar niet mee ophouden, ik had het dan ook ijskoud. Het was begonnen zodra Lynn was geboren om 09.45 uur en niet te stoppen! Om 10.45 uur werd ik naar de “Recovery” kon gebracht, nadat alle dokters en verpleegsters me uitgebreidt gefeliciteerd hadden met onze dochter! Zodra ze mij de O.K. uit reden, zag ik Erik al glunderend lopen: onze dochter maakte het heel erg goed (naar omstandigheden natuurlijk). Ze hoefde niet aan de beademing! Ze kreeg alleen een klein beetje extra zuurstof, maar dat is heel normaal bij een keizersnede! Ze ademde dus op eigen kracht, gelukkig! Erik gaf me een foto van Lynn, die ze op de afdeling Neonatologie van haar gemaakt hadden. Wat is ze mooi! Ongelooflijk dat dit onze dochter is! ’s Avonds mochten wij nog even naar onze dochter toe en toen heb ik haar voor het eerst heel goed kunnen bewonderen. Bijna een uur lang hadden we bij haar gezeten en naar haar gekeken en over haar hoofdje geaaid! We waren zo trots en zo blij met ons kleine meisje! We vonden het vreselijk moeilijk om haar hier zo achter te moeten laten! Ook al wisten we natuurlijk wel dat dit het beste voor haar was. Ik had haar zó graag bij me gehouden en geknuffeld! Maar daarvoor was ze nog veel te klein: 37, 2 cm en 1300 gram.

Samen naar huis

Er volgde een hele moeilijke en spannende tijd. Elke dag je kindje weer achter moeten laten in het ziekenhuis is niet gemakkelijk. Het is niet onder woorden te brengen… Dat kan iedereen die zoiets meegemaakt of meemaakt heeft beamen. Maar ook voor ons kwam er na de regen zonneschijn. Na zes en een halve week mocht Lynn eindelijk naar huis! Ze woog toen precies 2500 gram en was 46 cm lang. Een heel verschil met het tere poppetje van net na de geboorte. Helaas kreeg ze 10 dagen later ook nog een hevige RS-infectie. 48 uur lang was het kritiek en heeft onze kleine meid weer moeten vechten voor haar leventje, maar gelukkig is ze er weer bovenop gekomen en mocht ze net voor de kerst weer naar huis. Sindsdien gaat het uitstekend met haar. Ze is nu een echte kleuter van bijna 5 jaar en heeft haar groeiachterstand ingehaald. Lynn is nog altijd niet de grootste (papa en mama ook niet) en ook niet de zwaarste (gelukkig!).

Op 25 april 2006 is Lynn grote zus geworden van Gwen, onze 2e dochter, die na een bevalling van bijna 32 uur op de natuurlijke wijze ter wereld is gekomen. Na een zwangerschap van 41/6 dagen. Een verschil van dag en nacht. Wij zijn echt heel erg gelukkig dat wij ook eens de mooie kant hebben mogen meemaken! Rond 11 februari 2009 zullen Lynn en Gwen er een broertje of zusje bij krijgen! Op dit moment is het nog onzeker hoe de zwangerschap zal gaan verlopen. Omdat pas is gebleken dat ik erg weinig vruchtwater heb, bestaat de kans dat ik opnieuw (net als bij Lynn) in het ziekenhuis wordt opgenomen. Wij hopen echter dat dit niet nodig zal zijn, omdat mijn lichaam continu vruchtwater aanmaakt en het ook nog in positieve zin kan veranderen. Daar gaan we voor! Dat ik deze derde (en laatste) zwangerschap, die als een cadeautje is gekomen, volledig mag uitdragen tot minimaal 37 weken! Opdat we dan een gezonde zoon of dochter in ons gezin mogen verwelkomen!